ECLI:NL:CRVB:2026:50
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellante heeft op 14 februari 2023 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV op 23 mei 2023 werd afgewezen omdat zij niet duurzaam arbeidsongeschikt zou zijn. Na een tweede aanvraag op 17 september 2023, waarbij een nieuwe diagnose van de ziekte van Crohn werd vermeld, weigerde het UWV de aanvraag in behandeling te nemen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 26 april 2024 werd afgewezen na een inhoudelijke medische en arbeidskundige beoordeling.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV. De rechtbank oordeelde dat het UWV bevoegd is om bij een herhaalde aanvraag het arbeidsvermogen integraal te herbeoordelen en dat appellante niet in een slechtere positie is gekomen door deze herbeoordeling. De medische beoordeling werd als zorgvuldig beschouwd, waarbij de diagnoses Crohn en fibromyalgie niet ter discussie stonden, maar het ontbreken van duurzaam arbeidsvermogen wel.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat het UWV zich slechts had mogen richten op de duurzaamheid van het arbeidsvermogen. De Raad volgde dit niet en bevestigde dat het UWV terecht een volledige herbeoordeling heeft gedaan. De Raad concludeerde dat appellante op de relevante data over arbeidsvermogen beschikte en dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante over arbeidsvermogen beschikt en dit niet duurzaam ontbreekt.