ECLI:NL:CRVB:2026:415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omvang maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp op vijf uur per week
Appellante, met meerdere lichamelijke beperkingen, ontving op grond van de Wmo 2015 een persoonsgebonden budget (pgb) voor huishoudelijke hulp. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wijzigde de omvang van deze maatwerkvoorziening tot vier uur en dertig minuten per week, gebaseerd op het HHM Normenkader 2019.
De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde de omvang van de huishoudelijke hulp vast op vijf uur per week, waarbij werd geoordeeld dat het normenkader wel als uitgangspunt kan dienen voor schoonmaak, maar niet voor wasverzorging. Tevens oordeelde de rechtbank dat appellante geen aanvraag had gedaan voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren en dat een brief van het college geen besluit was waartegen bezwaar kon worden gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het HHM Normenkader 2019 passend is als uitgangspunt en dat de individuele omstandigheden van appellante voldoende zijn meegewogen. Ook wordt bevestigd dat appellante geen aanvraag voor begeleiding heeft ingediend en dat de brief geen bezwaarbesluit is.
Het hoger beroep wordt verworpen, waardoor de uitspraak van de rechtbank blijft staan. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de omvang van de maatwerkvoorziening voor huishoudelijke hulp vijf uur per week bedraagt en wijst het hoger beroep af.