ECLI:NL:CRVB:2026:381
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verplaatsing hoofdverblijf en toepassing kostendelersnorm
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen de intrekking van bijstand per 1 juli 2022 door het college van burgemeester en wethouders van Hengelo. De intrekking is gebaseerd op het feit dat appellant niet meer op het bij het college bekende uitkeringsadres woonde, maar zijn hoofdverblijf had verplaatst naar het adres van zijn oma. Tevens was zijn inkomen hoger dan de na de verhuizing toepasselijke kostendelersnorm.
Appellant stelde dat hij zijn hoofdverblijf niet had verplaatst, maar tijdelijk bij zijn oma verbleef vanwege een lekkage in zijn woning en dat hij de intentie had terug te keren. Hij voerde aan dat de door hem ondertekende verklaring onjuist was en onder dwaling was afgelegd. De Raad oordeelde dat de verklaring, afgelegd tegenover een sociaal rechercheur, in beginsel juist is en dat de enkele stelling van appellant onvoldoende is om hiervan af te wijken.
Verder was niet in geschil dat appellant per 1 juli 2022 zijn woning had verlaten en nooit meer was teruggekeerd, en dat hij al zijn bezittingen had meegenomen naar het adres van zijn oma. De Raad stelde vast dat het hoofdverblijf het adres is waar het zwaartepunt van het persoonlijke leven ligt en dat een woonadres niet wijzigt bij een tijdelijke wijziging van korte duur met de intentie terug te keren.
Omdat appellant niet was teruggekeerd en zich feitelijk had gevestigd bij zijn oma, werd geoordeeld dat hij zijn hoofdverblijf had verplaatst. De kostendelersnorm was daarom van toepassing en de intrekking van de bijstand werd bevestigd. Het hoger beroep werd afgewezen en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant zijn hoofdverblijf heeft verplaatst naar het adres van zijn oma.