ECLI:NL:CRVB:2026:377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onderschatting arbeidsongeschiktheid
Appellante was per 21 juni 2020 geweigerd een WIA-uitkering toe te kennen omdat zij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Zij maakte bezwaar en beroep, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank. In hoger beroep stelde appellante dat haar medische situatie, waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis, was onderschat en dat er onvoldoende rekening was gehouden met haar specifieke begeleidingsbehoefte.
De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke psychiater als deskundige, die bevestigde dat appellante aanzienlijke beperkingen heeft, vooral op emotioneel en sociaal vlak, en dat zij begeleiding nodig heeft door een vaste, coachende leidinggevende met kennis van haar problematiek. Het UWV had deze begeleidingsbehoefte onvoldoende verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van juni 2025.
De Raad oordeelde dat de begeleidingsbehoefte kwalitatieve eisen stelt die niet kunnen worden opgevangen door een jobcoach of algemene voorwaarden in de FML. Hierdoor is geen passende functie te vinden en is appellante volledig arbeidsongeschikt. De Raad vernietigde het eerdere besluit en kende appellante een IVA-uitkering toe met ingang van 21 juni 2020. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep kent appellante met ingang van 21 juni 2020 een IVA-uitkering toe wegens volledige arbeidsongeschiktheid.