Uitspraak
PROCESVERLOOP
.Het onderzoek ter zitting is geschorst. Appellant is in de gelegenheid gesteld nadere bewijsstukken over de periode(n) van zijn verblijf in Marokko en de betaling van onderhoudsbijdrage(n) in geding te brengen.
Centrale Raad van Beroep
In deze uitspraak oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat appellant op de peildatum van het 4e kwartaal 2020 niet heeft voldaan aan de onderhoudseis voor zijn in Marokko woonachtige kinderen. De Raad bevestigt dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) terecht heeft bepaald dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag. Appellant had op 24 november 2021 kinderbijslag aangevraagd voor zijn kinderen, die bij hun moeder in Marokko wonen. De Svb verzocht appellant om aan te tonen dat hij bijdraagt aan de onderhoudskosten van de kinderen, maar appellant heeft niet de benodigde gegevens overgelegd. De Svb heeft de aanvraag niet in behandeling genomen en de rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. Appellant heeft hoger beroep ingesteld, maar de Raad komt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad stelt vast dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan zijn onderhoudsplicht heeft voldaan. De overgelegde bewijsstukken zijn niet herleidbaar tot betalingen voor zijn kinderen en appellant heeft niet kunnen aantonen dat hij in Marokko verbleef in de relevante periode. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit blijft in stand, wat betekent dat appellant geen recht heeft op kinderbijslag vanaf het 4e kwartaal 2020. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.