ECLI:NL:CRVB:2026:211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichting tot deelname aan re-integratietraject ondanks psychische en lichamelijke klachten
Appellant, die vanwege psychische klachten en medicatiegebruik arbeidsongeschikt is verklaard, werd door het UWV aangemeld voor een re-integratietraject participatie interventie. Hij stelde dat deelname aan dit traject en het nakomen van afspraken te belastend voor hem is. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het UWV terecht de verplichting tot deelname heeft opgelegd, mede op basis van een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat zijn klachten zijn toegenomen en dat hij op grond van medische stukken niet in staat is het traject te volgen. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad stelde vast dat het re-integratietraject bestaat uit niet belastende activiteiten zoals één-op-één gesprekken en sociale activiteiten, die juist bijdragen aan herstel.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dat appellant medisch gezien in staat is deel te nemen en dat de activiteiten aansluiten bij zijn behandeladviezen. De Raad concludeerde dat het UWV van appellant mocht verwachten dat hij actief deelneemt aan het traject en zich houdt aan de afspraken in het werkplan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verplichting tot deelname aan het re-integratietraject wordt bevestigd.