Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 8 januari 2026 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. De zaak betreft de terugvordering van een bedrag van € 6.150,54 dat appellante te veel heeft ontvangen aan toeslag op grond van de Toeslagenwet over de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017. Appellante ontving sinds 30 april 2021 een uitkering op basis van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) en een toeslag op basis van de Toeslagenwet. Het Uwv heeft vastgesteld dat appellante over de genoemde periode te veel toeslag heeft ontvangen, wat leidde tot de terugvordering. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij vorderingen op het Uwv heeft die in mindering moeten worden gebracht op het terugvorderingsbedrag, en heeft verzocht om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente en immateriële schadevergoeding. De Raad heeft de argumenten van appellante niet gevolgd en geoordeeld dat het Uwv terecht het bedrag van € 6.150,54 heeft teruggevorderd. De rechtbank had eerder al geoordeeld dat het Uwv de aflossingscapaciteit van appellante correct had vastgesteld en dat de terugvordering op juiste wijze was berekend. De Raad heeft het hoger beroep van appellante afgewezen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen, omdat appellante niet had aangetoond dat zij schade had geleden als gevolg van een onrechtmatig besluit. De uitspraak van de rechtbank is bevestigd, en appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.