ECLI:NL:CRVB:2026:134

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
25/775 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een besluit van het UWV. Nadat het UWV gewijzigde beslissingen op bezwaar had genomen, trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat de rechtbank het UWV reeds had veroordeeld tot vergoeding van kosten in beroep en dat in de gewijzigde beslissing op bezwaar de kosten in bezwaar al waren vergoed. Hierdoor bleef alleen de beoordeling van de in hoger beroep gemaakte kosten over.

De Raad oordeelde dat het UWV de proceskosten van appellant, begroot op € 934,-, en het betaalde griffierecht van € 143,- moest vergoeden. De zaak werd zonder zitting behandeld omdat partijen geen zitting wensten.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 februari 2026 en betreft een proceskostenveroordeling conform de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 934,- en het griffierecht van € 143,- na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
25/775 ZW
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 maart 2025, 23/9571 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 5 februari 2026

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. F.E.R.M. Verhagen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft gewijzigde beslissingen op bezwaar genomen.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken nadat het Uwv heeft besloten tot intrekking van het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het Uwv al veroordeeld tot vergoeding van de kosten in beroep. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 3 juni 2025 zijn de kosten in bezwaar al vergoed. Dat betekent dat de Raad alleen nog moet oordelen over de in hoger beroep gemaakte kosten.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 934,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, met een waarde per punt van € 934,-).
Ook dient het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. Bij de aangevallen uitspraak is al bepaald dat het Uwv het in beroep betaalde griffierecht diende te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 934,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 143,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van S.P.A. Elzer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2026.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
(getekend) S.P.A. Elzer