Appellante, moeder van twee minderjarige kinderen, verzocht inzage in het dossier dat Veilig Thuis Drenthe (VTD) over haar en haar kinderen heeft opgesteld naar aanleiding van een anonieme melding over de veiligheid van de kinderen.
Het dagelijks bestuur van de GGD Drenthe weigerde volledige inzage, met name in passages die persoonsgegevens van derden bevatten, waaronder de vader van de kinderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Raad vernietigt deze uitspraak en het besluit van het dagelijks bestuur.
De Raad oordeelt dat appellante recht heeft op inzage in gegevens die betrekking hebben op haar en haar kinderen, ook als deze informatie afkomstig is van derden, tenzij het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van anderen zwaarder weegt. De Raad stelt vast dat het dagelijks bestuur ten onrechte inzage in bepaalde passages heeft geweigerd en bepaalt dat inzage alsnog moet worden verstrekt, met uitzondering van persoonsgegevens zoals telefoonnummers en adressen.
Daarnaast wijst de Raad het beroep van appellante op het EVRM af, omdat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt. Appellante krijgt een vergoeding van proceskosten toegekend, maar geen bijzondere vergoeding voor rechtsbijstand. De uitspraak vervangt eerdere besluiten en de Raad voorziet zelf in de zaak.