ECLI:NL:CRVB:2025:9
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als allround winkelmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na fysieke en psychische klachten door een auto-ongeval. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant betwistte dit en stelde dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de medische beoordeling en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist waren. In hoger beroep werd aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek uitgevoerd, waarbij meerdere deskundigen werden benoemd. De Raad concludeerde dat de FML van 20 oktober 2022 een juiste weergave van de beperkingen bevat en dat de arbeidsdeskundige passend werk binnen dezelfde SBC-codes had vastgesteld met een arbeidsongeschiktheid van 2,21%.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht de WIA-uitkering had geweigerd. Tevens werd een schadevergoeding van €4.000,- toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase. De Staat werd veroordeeld in proceskosten en het UWV moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV heeft terecht de WIA-uitkering geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.