ECLI:NL:CRVB:2025:894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en toekenning WIA-uitkering met vaststelling arbeidsongeschiktheid op 57,27%
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het Uwv, dat aanvankelijk een percentage van minder dan 35% vaststelde en de WIA-uitkering weigerde. Na meerdere procedures en aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek, waaronder het benoemen van een onafhankelijke KNO-arts als deskundige, is het bezwaar deels gegrond verklaard en is het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 57,27%.
De Raad oordeelt dat het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid op goede gronden heeft vastgesteld, waarbij de medische beperkingen, waaronder tinnitus en COPD, en de arbeidskundige mogelijkheden voor passende functies zorgvuldig zijn beoordeeld. De deskundige concludeerde dat er geen sprake was van gehoorverlies of overgevoeligheid voor geluid die de werkzaamheden zou verhinderen, en dat een beperkte urenbeperking passend is.
De Raad vernietigt het eerdere besluit dat de WIA-uitkering weigerde en verklaart het beroep tegen dit besluit gegrond. Het beroep tegen het latere besluit waarbij de WIA-uitkering werd toegekend wordt ongegrond verklaard. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 57,27% en vernietigt het eerdere besluit tot weigering.