ECLI:NL:CRVB:2025:739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en toekenning loongerelateerde WGA-uitkering
Appellante heeft zich ziekgemeld na een auto-ongeval en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 39,53% op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Appellante betwistte dit en voerde aan dat zij meer beperkingen heeft dan erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts alle klachten adequaat had betrokken. Appellante bracht aanvullende neuropsychologische en neurologische rapporten in, maar deze werden door de rechtbank niet als doorslaggevend beschouwd vanwege het tijdsverloop en gebrek aan motivering.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad benoemde een neuroloog die concludeerde dat neurologisch geen afwijkingen waren die meer beperkingen rechtvaardigen. De Raad volgde dit oordeel en zag geen aanleiding tot het inschakelen van een psychiater.
De Raad bevestigde dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de functies geschikt zijn voor appellante en dat het bestreden besluit geen motiveringsgebrek vertoont. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot vaststelling van 39,53% arbeidsongeschiktheid en toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering wordt bevestigd.