ECLI:NL:CRVB:2025:736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante ontving sinds 2018 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2022 stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 15 december 2022. Appellante betwistte dit en voerde aan dat zij meer beperkingen heeft dan aangenomen en niet geschikt is voor de geselecteerde functies.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV. Appellante stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat een onafhankelijke deskundige benoemd moest worden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was verricht, ook al was er geen fysiek spreekuur door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, en dat de beperkingen adequaat waren meegenomen.
De arbeidskundige beoordeling werd eveneens als juist beoordeeld. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en liet de beëindiging van de WIA-uitkering in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.