ECLI:NL:CRVB:2025:730
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling in WIA-kwijtscheldingszaak
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV waarin een verzoek tot kwijtschelding van een WIA-uitkering werd afgewezen. Het UWV heeft vervolgens bij een nieuw besluit de resterende terugvordering van € 1.554,22 kwijtgescholden, waarna appellant het hoger beroep introk.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en beoordeelde de proceskostenveroordeling. Volgens artikel 8:75a Awb kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de bezwaren worden veroordeeld in de proceskosten.
Het UWV betoogde dat vergoeding van proceskosten niet op zijn plaats was vanwege gewijzigd beleid, maar dit werd verworpen omdat de situatie niet vergelijkbaar was met eerdere jurisprudentie. De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant voor zowel beroep als hoger beroep, begroot op in totaal € 4.081,50, en vergoedde tevens het betaalde griffierecht van € 188,-.
De uitspraak werd gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen namens de Centrale Raad van Beroep op 14 mei 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken na volledige tegemoetkoming door het UWV, dat is veroordeeld in de proceskosten van appellant.