ECLI:NL:CRVB:2025:709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV telkens heeft geoordeeld dat zij arbeidsvermogen bezit en daarom niet in aanmerking komt voor de uitkering. De aanvragen en bezwaren zijn vanaf 2013 tot en met 2021 behandeld, waarbij medische en arbeidskundige onderzoeken zijn uitgevoerd. Nieuwe medische informatie, waaronder rapportages over partieel FAS en psychische beperkingen, is door appellante ingebracht, maar het UWV en de rechtbank hebben geoordeeld dat deze informatie niet leidt tot een gewijzigde belastbaarheid.
De rechtbank Limburg heeft het beroep van appellante tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering ongegrond verklaard. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er wel nieuwe feiten en omstandigheden zijn, met name de diagnose FAS en toegenomen beperkingen, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze gronden een herhaling zijn van eerdere bezwaren en dat er geen nieuwe informatie is die tot een andere conclusie leidt.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd dat de beperkingen al bekend waren en dat de diagnose FAS niet automatisch zwaardere beperkingen impliceert. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, waardoor de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.