ECLI:NL:CRVB:2025:707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellante ontving sinds 1 januari 2019 een Ziektewet-uitkering en werd in het kader van een Eerstejaars ZW-beoordeling (EZWb) medisch en arbeidskundig onderzocht. Het UWV beëindigde haar ZW-uitkering per 20 maart 2023, omdat zij geschikt werd geacht voor diverse geselecteerde functies ondanks haar beperkingen. Appellante maakte bezwaar en kreeg gedeeltelijk gelijk, waarna de uitkering per 29 maart 2023 werd beëindigd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij onder meer psychiatrische en neuropsychologische expertise was betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde uitgebreid waarom de door appellante ingebrachte medische stukken niet leidden tot nieuwe inzichten. De Raad onderschreef deze beoordeling en wees het hoger beroep af.
Appellante voerde aan dat zij ernstiger beperkingen had, waaronder PTSS en een urenbeperking, en dat onvoldoende rekening was gehouden met medicatiegebruik en fysieke inspanning. De Raad oordeelde echter dat deze klachten niet objectief waren vastgesteld op de datum in geding en dat de geselecteerde functies passend waren. Ook het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen.
De Raad concludeert dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat de beëindiging van de ZW-uitkering per 29 maart 2023 terecht is. Het hoger beroep wordt verworpen en appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 29 maart 2023 wordt bevestigd.