ECLI:NL:CRVB:2025:642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bijstandsverlening
Appellant, die sinds 2009 met onderbrekingen bijstand ontvangt, diende bezwaar in tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg die zijn aanvragen om bijstand buiten behandeling stelden. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare redenen. Appellant voerde aan dat zijn medische situatie deze termijnoverschrijding rechtvaardigde en dat bijzondere omstandigheden bestonden voor het toekennen van bijstand met terugwerkende kracht.
De rechtbank oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat de besluiten tijdig in het postbakje van appellant waren gedeponeerd en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in staat was zijn post te openen of zijn belangen te behartigen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat psychische klachten hem verhinderden de benodigde informatie te verstrekken. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het verzoek om bijstand met terugwerkende kracht af.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank. De Raad bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en de afwijzing van de aanvraag om bijstand met terugwerkende kracht. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar en de afwijzing van de terugwerkende bijstand worden bevestigd.