ECLI:NL:CRVB:2025:628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vrijstelling lage eigen bijdrage Wlz en Blz wegens inkomen boven grens
Appellante verbleef circa drie maanden in een Wlz-instelling en werd door het CAK een lage eigen bijdrage opgelegd. Haar verzoek om vrijstelling hiervan werd door het CAK afgewezen op grond van een inkomen boven de vrijstellingsgrens. Appellante maakte bezwaar, maar het CAK verklaarde dit bezwaar kennelijk ongegrond en zag af van het horen in bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. Appellante ging in hoger beroep, stellende dat het CAK ten onrechte afzag van het horen en dat onduidelijk was of met een correctiefactuur was tegemoetgekomen aan haar bezwaren.
De Raad oordeelde dat het CAK terecht afzag van het horen omdat het bezwaar duidelijk ongegrond was gezien de juiste inkomensgegevens. De correctiefactuur was hersteld en betrof geen tegemoetkoming. Het hoger beroep werd verworpen en het bestreden besluit bleef in stand. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.