ECLI:NL:CRVB:2025:619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks beroep wegens dringende redenen en reformatio in peius
Appellante ontving bijstand over de periode van december 2020 tot april 2021, waarvan het college later vaststelde dat zij inkomsten had ontvangen die zij niet had gemeld, waardoor te veel bijstand werd verstrekt. Het college vorderde de te veel ontvangen bijstand terug, waarbij het terugvorderingsbedrag na een herberekening werd verhoogd.
Appellante maakte bezwaar tegen de terugvordering en stelde dat er dringende redenen waren om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, onder meer vanwege persoonlijke omstandigheden en gezondheidsklachten. Tevens voerde zij aan dat het besluit in strijd was met het verbod op reformatio in peius, omdat zij door het bezwaar in een slechtere positie zou zijn gekomen.
De Raad oordeelt dat het college verplicht was tot terugvordering vanwege de schending van de inlichtingenverplichting door appellante. De door appellante aangevoerde dringende redenen zijn onvoldoende onderbouwd en de financiële gevolgen leiden niet tot een andere belangenafweging. De verhoging van het terugvorderingsbedrag is het gevolg van een door het college zelf geconstateerde fout en vormt geen strijd met het verbod op reformatio in peius. Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering blijft in stand.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.