Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 11 november 2020 ziekgemeld na een verkeersongeval en ontving een ZW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 juli 2022 omdat zij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kon verdienen in passende functies.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat geen lichamelijk onderzoek in bezwaar had plaatsgevonden.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, waarbij ook informatie van behandelend specialisten was betrokken. Het deskundigenrapport van appellante gaf geen aanleiding tot meer beperkingen. De arbeidskundige beoordeling bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de beëindiging van de ZW-uitkering per 1 juli 2022 in stand blijft. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering per 1 juli 2022 wordt bevestigd.