ECLI:NL:CRVB:2025:290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WIA-voorschotten zonder matiging wegens ontbreken dringende redenen
Appellant ontving in 2021 te veel WIA-voorschotten, omdat hij vanaf april 2021 geen inkomen meer had en daardoor niet voldeed aan de inkomenseis voor een loonaanvullingsuitkering. Het UWV stelde daarom de uitkering definitief vast en vorderde het teveel betaalde bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel af, omdat geen uitdrukkelijke toezegging was gedaan om inkomsten te middelen en de inkomenseis dwingendrechtelijk is.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onterecht zijn inkomsten niet heeft gemiddeld en dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een eerdere afspraak. Tevens stelde hij dat het ontbreken van inkomen niet aan hem te wijten is, omdat zijn ex-werkgever niet betaalde. De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het UWV een toezegging heeft gedaan voor het middelen van inkomsten na het eerdere besluit en dat het UWV terecht is overgegaan tot terugvordering.
De Raad overwoog dat het begrip dringende reden verruimd moet worden opgevat en dat het UWV een belangenafweging moet maken die toetsbaar is op geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid. In deze zaak heeft het UWV alle relevante feiten meegewogen, geen aandeel gehad in de oorzaak van de terugvordering en rekening gehouden met de financiële situatie van appellant door een betalingsregeling te treffen. De terugvordering is daarom niet gematigd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaalde WIA-voorschotten zonder matiging wegens ontbreken van dringende redenen.