ECLI:NL:CRVB:2025:240
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
De appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV op 12 september 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant op 29 oktober 2024 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten, conform artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van artikel 8:75a Awb kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de kosten indien het tegemoet is gekomen aan de bezwaren.
De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €2.721,- voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €186,-. De kosten van de bezwaarprocedure waren reeds door het UWV vergoed. De uitspraak is gedaan door W.R. van der Velde op 12 februari 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan bezwaren.