ECLI:NL:CRVB:2025:203
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 2 oktober 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant op 11 oktober 2024 het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de bezwaren worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De Raad begrootte de proceskosten op in totaal € 2.721,- voor beroep en hoger beroep, plus € 10,60 aan reiskosten en € 188,- aan griffierecht. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van deze kosten aan appellant. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J.J.M. Weyers op 6 februari 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht aan appellant na intrekking van het hoger beroep.