ECLI:NL:CRVB:2025:1828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering NOW-1 subsidie bij ontbreken accountantsverklaring
Betrokkene, onderdeel van een concern, vroeg subsidie aan op grond van de NOW-1 voor loonkosten, waarbij zij omzetverlies op werkmaatschappijniveau claimde. De minister verleende een voorschot, maar stelde de definitieve subsidie op nihil vast omdat betrokkene geen accountantsverklaring overlegde, een vereiste bij toepassing van artikel 6a NOW-1.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige belangenafweging, met name vanwege de hoge kosten voor betrokkene. De minister stelde in hoger beroep dat de accountantsverklaring essentieel is voor een juiste vaststelling en rechtmatige besteding van publieke middelen, en dat het belang van zorgvuldigheid zwaarder weegt dan de nadelige gevolgen voor betrokkene.
De Raad oordeelt dat de minister toereikend heeft gemotiveerd waarom de subsidie op nihil is vastgesteld en dat het ontbreken van een accountantsverklaring terecht leidt tot terugvordering van het voorschot. De regeling bevat geen hardheidsclausule en het doel van de accountantsverklaring is het voorkomen van misbruik binnen concernverhoudingen. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt en het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De subsidie wordt op nihil vastgesteld en het betaalde voorschot wordt teruggevorderd wegens het ontbreken van een verplichte accountantsverklaring.