ECLI:NL:CRVB:2025:1797
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang wegens zelfredzaamheid en huisvestingsprobleem
Appellante, die in november 2023 met haar minderjarige zoon uit Libanon naar Nederland kwam, vroeg maatschappelijke opvang aan op grond van de Wmo 2015. Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam wees dit verzoek in maart 2025 af omdat appellante zelfredzaam is en zich kan handhaven in de samenleving. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij aangewezen was op maatschappelijke opvang omdat zij geen stabiel onderdak kon vinden en dat de weigering in strijd was met artikel 8 EVRM Pro en artikel 3 IVRK Pro. De Raad oordeelde dat appellante geen problemen heeft bij het zich handhaven in de samenleving en dat het gebrek aan woonruimte een huisvestingsprobleem is, waarvoor de Wmo 2015 niet bedoeld is.
De Raad stelde vast dat appellante geen lichamelijke of psychische klachten heeft, een uitkering ontvangt, kan communiceren in het Engels en via vertalingen, en tijdelijk onderdak vond binnen haar netwerk en in een hotel gefinancierd door de gemeente. De Raad achtte de weigering van maatschappelijke opvang niet in strijd met het EVRM of IVRK, mede omdat het college haar en haar zoon ruim zeven maanden in een hotel heeft opgevangen en inmiddels onderdak hebben gevonden.
Het hoger beroep werd afgewezen, de afwijzing van maatschappelijke opvang bleef in stand en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van maatschappelijke opvang blijft in stand.