Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.Appellante heeft niet met medisch objectiveerbare gegevens onderbouwd dat een verdergaande urenbeperking moet worden aangenomen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds september 2018 ziekgemeld met psychische klachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 11 september 2020 omdat zij volgens medische en arbeidskundige onderzoeken meer dan 65% van haar loon kon verdienen in passende functies. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, ook al was er geen fysiek spreekuuronderzoek door een geregistreerd verzekeringsarts. Een door de rechtbank benoemde onafhankelijke deskundige bevestigde de beperkingen en de geschiktheid van de geselecteerde functies.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat zij niet in staat was om de geselecteerde functies te verrichten, mede vanwege haar psychische en intellectuele beperkingen en ongeschiktheid voor bepaalde werkomgevingen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en overtuigend was en dat appellante geen nieuwe medische informatie had ingebracht. De Raad volgde de deskundige en het UWV in hun oordeel dat de functies passend zijn en dat de maatmanlooncorrectie juist is toegepast.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd afgewezen, het verzoek om schadevergoeding en proceskosten werd niet toegewezen. De ZW-uitkering blijft beëindigd per 11 september 2020.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 11 september 2020 en wijst het hoger beroep van appellante af.