ECLI:NL:CRVB:2025:1492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring uitspraak vanwege schending fundamentele procesrechten in Ziektewetzaak
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 8 oktober 2025 uitspraak gedaan over het verzoek tot vervallenverklaring van haar eerdere uitspraak van 2 juli 2025 in een hoger beroep over de Ziektewet. De eerdere uitspraak had het beroep van appellant tegen een besluit van het UWV ongegrond verklaard en het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant had op 31 december 2024 een reactie met nieuwe medische stukken ingediend op het nadere besluit van het UWV van 19 november 2024, maar deze reactie was niet in het dossier opgenomen en daardoor niet betrokken bij de uitspraak van 2 juli 2025. Dit bleek uit intern onderzoek van de Raad, die constateerde dat het e-mailbericht wel was ontvangen maar niet juist verwerkt.
De Raad oordeelde dat door deze procedurefout fundamentele procesrechten, waaronder het recht op hoor en wederhoor zoals neergelegd in artikel 8:69, eerste lid, en artikel 8:108 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, zijn geschonden. Daarom werd de uitspraak van 2 juli 2025 vervallen verklaard en zal de zaak door een andere kamer opnieuw worden behandeld.
Partijen hadden geen bezwaar tegen de vervallenverklaring. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door rechter W.R. van der Velde in aanwezigheid van griffier J.A. Adjei-Asamoah.
Uitkomst: De uitspraak van 2 juli 2025 wordt vervallen verklaard wegens schending van fundamentele procesrechten.