ECLI:NL:CRVB:2025:1467
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met rugklachten en uitstralingspijn, maar het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 11,12%, onder de vereiste 35% voor uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend zijn.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen, zowel psychisch als lichamelijk, onvoldoende waren meegewogen en dat zij volledig arbeidsongeschikt is. Zij verwees onder meer naar een huisartsrapport van september 2023. Het UWV handhaafde het standpunt dat de beperkingen correct zijn vastgesteld.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV, benadrukte dat de medische informatie niet toegespitst is op de peildatum 29 maart 2022 en dat de arbeidskundige beoordeling de geschiktheid van de functies bevestigt. Het hoger beroep wordt verworpen, de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.