ECLI:NL:CRVB:2025:1349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkering
Ex-werknemer diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid na psychische klachten. Het UWV wees de uitkering aanvankelijk af omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn. Na bezwaar en beroep stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij en kende een WGA-loongerelateerde uitkering toe vanaf 8 december 2020 en een WGA-loonaanvullingsuitkering vanaf 23 september 2022 toe.
Appellante, de voormalige werkgever, maakte bezwaar tegen het besluit van 13 oktober 2023 waarin deze uitkeringen werden toegekend. Het UWV herzag dit besluit op 7 maart 2025 en schrapte de WGA-loonaanvullingsuitkering vanaf 23 september 2022. Appellante gaf aan zich te kunnen vinden in dit laatste besluit. Ex-werknemer trok haar hoger beroep in omdat haar bezwaren waren gehonoreerd.
De Raad oordeelt dat appellante geen procesbelang meer heeft bij het hoger beroep omdat het UWV haar bezwaar feitelijk heeft ingewilligd door het besluit te wijzigen. Daarom verklaart de Raad het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten van zowel appellante als ex-werknemer.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.