Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, sinds 2009 WGA-uitkeringsgerechtigde, verzocht om een IVA-uitkering wegens vermeende duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze, stellende dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was, met als relevante periode 1 november 2018 tot en met 13 mei 2020. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een motiveringsgebrek, omdat zij de datum in geding stelde op 13 mei 2020 en vond dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd.
Het UWV ging in hoger beroep en stelde dat de datum in geding 1 november 2018 is, omdat de door betrokkene opgegeven verslechtering per 10 oktober 2017 niet met medische gegevens was onderbouwd. De Raad oordeelde dat het UWV terecht de periode 1 november 2018 tot 13 mei 2020 heeft beoordeeld en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid voldoende heeft gemotiveerd. De Raad verwierp het standpunt van de rechtbank dat de verzekeringsarts de reumatoloog moest bevragen volgens het beoordelingskader.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van het UWV gegrond en het beroep van betrokkene ongegrond. Tevens veroordeelde de Staat tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase en veroordeelde het UWV en de Staat in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt gegrond verklaard en het beroep van betrokkene ongegrond; de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.