Appellant, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, kreeg op 4 maart 2021 een voorziening beschut werk aangeboden in de vorm van een arbeidsovereenkomst voor 12 uur per week. Hij maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat het besluit niet bevoegd was genomen en dat het werkaanbod geen echt dienstverband betrof vanwege ontbindende voorwaarden in de arbeidsovereenkomst.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het oorspronkelijke besluit van 4 maart 2021 inderdaad een bevoegdheidsgebrek bevatte, maar dat dit werd hersteld door het bestreden besluit van 21 juli 2021. De Raad stelt vast dat de ontbindende voorwaarden in de arbeidsovereenkomst niet verhinderen dat sprake is van een dienstverband en wijst het beroep van appellant af.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep is overschreden met minder dan een half jaar, grotendeels toe te rekenen aan de rechterlijke fase. Daarom kent de Raad aan appellant een immateriële schadevergoeding van € 500 toe. De uitspraak bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af.