ECLI:NL:CRVB:2025:1209
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand en hoogte van het bedrag
In deze zaak gaat het om een terugvordering van bijstand door het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen. Het college had de bijstand van appellanten ingetrokken en de kosten van bijstand over een bepaalde periode teruggevorderd. Na eerdere procedures vernietigde de Raad het besluit deels en gaf het college opdracht een nieuwe beslissing te nemen.
Het college verlaagde vervolgens de terugvordering tot €6.645,82, waartegen appellanten beroep instelden. Zij voerden aan dat de terugvordering moest aansluiten bij het wederrechtelijk verkregen voordeel, dat door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden was vastgesteld op €4.401,43.
De Raad verwierp dit verweer, verwijzend naar zijn eerdere uitspraak waarin deze grond al was afgewezen. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van strijd met het vertrouwensbeginsel of het verbod op reformatio in peius. De berekening van de terugvordering werd niet betwist en het beroep werd ongegrond verklaard.
De beslissing betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en dat appellanten geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht ontvangen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €6.645,82 blijft in stand.