ECLI:NL:CRVB:2025:1191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat volgens haar sprake is van toegenomen beperkingen door knie-, rug- en handklachten sinds de eerdere beoordeling in 2019.
De rechtbank heeft het bezwaar ongegrond verklaard, stellende dat de beperkingen niet zijn toegenomen en dat de artrose aan de duimbasis voortkomt uit een andere ziekteoorzaak dan waarvoor in 2019 beperkingen zijn vastgesteld.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de handklachten, waaronder artrose en krachtsverlies, wel degelijk toegenomen zijn en dat ook de knieklachten tot meer beperkingen leiden. De Raad heeft dit onderzocht aan de hand van medische rapporten, waaronder het rapport van de arts bezwaar en beroep.
De Raad concludeert dat de beperkingen sinds 2019 niet zijn toegenomen en dat de diagnose artrose niet automatisch leidt tot meer beperkingen. De arbeidskundige beoordeling van 2022 is niet relevant voor deze procedure. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de weigering van de WIA-uitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om appellante een WIA-uitkering toe te kennen wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.