Uitspraak
18.5753 WIA
OVERWEGINGEN
.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als chauffeur, heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding in oktober 2014. De verzekeringsarts stelde vast dat appellant medisch in staat is tot werken met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige berekende dat appellant nog 91,27% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
Het UWV weigerde daarom de WIA-uitkering per 6 oktober 2016 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank Limburg bevestigde dit oordeel na zorgvuldige toetsing van het medisch onderzoek en de ingebrachte informatie.
Appellant stelde dat de verzekeringsarts de juiste diagnoses niet volledig heeft meegenomen en dat er een urenbeperking zou moeten gelden. De Raad volgde het UWV en de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen adequaat in de FML waren opgenomen en dat de diagnose PTSS geen aanleiding gaf tot extra beperkingen.
De Raad vond geen reden voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige en bevestigde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld op minder dan 35%, waardoor de weigering van de WIA-uitkering rechtmatig is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.