ECLI:NL:CRVB:2025:118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste ingangsdatum indicatie zorgprofiel LG Wonen met intensieve begeleiding
Appellant diende op 1 september 2022 een aanvraag in voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) en ontving op 17 oktober 2022 een indicatie met onmiddellijke ingang. Hij maakte bezwaar tegen de ingangsdatum, stellende dat het CIZ had toegezegd zijn aanvraag als spoedaanvraag te behandelen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en liet het besluit in stand.
In hoger beroep voerde appellant opnieuw het vertrouwensbeginsel aan, gesteund door een verklaring van zijn echtgenote en een zorgverlener. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het CIZ een toezegging had gedaan of een gedraging had verricht waaruit hij redelijkerwijs mocht afleiden dat zijn aanvraag als spoedaanvraag zou worden behandeld.
De verklaring van de echtgenote betrof een telefoongesprek met een vermeende medewerker die niet bij het CIZ werkzaam is, en er was geen telefoonnotitie. De verklaring van de zorgverlener vermeldde wel spoedige behandeling, maar niet in de zin van het wettelijke spoedproces zoals bedoeld in het Besluit langdurige zorg.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste ingangsdatum van de indicatie en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.