ECLI:NL:CRVB:2025:1142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening dubbele kinderbijslag
Appellante ontving vanaf 2008 een tegemoetkoming op grond van de TOG voor haar dochter met intensieve zorgbehoefte. Na vervanging van de TOG door dubbele kinderbijslag in 2015, kende de Sociale verzekeringsbank (Svb) vanaf het derde kwartaal 2016 slechts enkele kinderbijslag toe vanwege het verlopen van een indicatie.
Appellante maakte in juni 2023 bezwaar tegen het besluit van 28 juli 2016, maar dit bezwaar werd door de Svb niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde vast dat het besluit op 9 september 2022 bekend was geworden bij appellante, waardoor de bezwaartermijn op 21 oktober 2022 eindigde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, onder meer vanwege gezondheidsklachten. De Raad oordeelde echter dat appellante al in september 2022 aangaf bezwaar te willen maken en dat de medische omstandigheden niet rechtvaardigden dat het bezwaar pas in juni 2023 werd ingediend. De niet-ontvankelijkverklaring bleef daarom in stand.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor appellante geen vergoeding voor proceskosten ontvangt. De uitspraak bevestigt de noodzaak van tijdige bezwaarindiening en benadrukt het belang van rechtszekerheid en een efficiënte bestuurspraktijk.
Uitkomst: Het bezwaar van appellante is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.