ECLI:NL:CRVB:2025:1128
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing toekenning bijstand vanaf 1 oktober 2022 zonder bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht om bijstand met ingang van 1 mei 2022 toe te kennen, omdat hij in die periode geen feitelijk inkomen had door intrekking en terugvordering van zijn Anw-uitkering. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verkeren in bijstandsbehoeftige omstandigheden geen bijzondere omstandigheden oplevert die toekenning met terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De Raad stelt vast dat appellant in de periode van 1 mei tot en met 30 september 2022 feitelijk beschikte over voldoende middelen om in zijn levensonderhoud te voorzien, ondanks de latere intrekking van de Anw-uitkering. Dit betekent dat een eerdere aanvraag bijstand niet zou zijn toegekend.
Ook het feit dat appellant geconfronteerd wordt met een schuld aan de Sociale Verzekeringsbank wegens de terugvordering van de Anw-uitkering, vormt geen bijzondere omstandigheid. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de toekenning van bijstand per 1 oktober 2022 blijft ongewijzigd. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De toekenning van bijstand blijft per 1 oktober 2022 van kracht; het verzoek om terugwerkende kracht wordt afgewezen.