Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure tegen het college van burgemeester en wethouders van Enschede. De procedure betrof een zaak in drie instanties, waarbij de redelijke termijn in beginsel niet langer dan vier jaar mag duren.
De Raad overweegt dat de overschrijding in dit geval volledig in de rechterlijke fase ligt en tussen de zes en twaalf maanden bedraagt. Op grond van vaste rechtspraak leidt dit tot een vergoeding van €1.000. Tevens worden de proceskosten van verzoekers, begroot op €453,50, aan de Staat opgelegd.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 juli 2025. Het hoger beroep van verzoekers is ingetrokken tijdens de zitting, waarna het verzoek om schadevergoeding is toegewezen. De beslissing is gebaseerd op jurisprudentie, waaronder een eerdere uitspraak van 26 januari 2009.