ECLI:NL:CRVB:2025:1047
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens ontbreken schriftelijke machtiging belangenbehartiger
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tegen een eerdere uitspraak waarin het verzoek om herziening niet-ontvankelijk was verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging van de belangenbehartiger.
Namens appellante werd verzet gedaan, maar tijdens de zitting verschenen partijen niet. De Raad overwoog dat in het verzet geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die konden aantonen dat de belangenbehartiger niet in verzuim was geweest. Tevens was geen verklaring gegeven voor het niet overleggen van de machtiging.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 7 juli 2025 in het openbaar uitgesproken door rechter H.G. Rottier, met griffier N. El Khabazi.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging van de belangenbehartiger.