ECLI:NL:CRVB:2025:1038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens toegenomen verdiencapaciteit ondanks medische beperkingen
Appellante was ziekgemeld met chronische pijnklachten en fibromyalgie en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een medische en arbeidskundige toetsing concludeerde het UWV dat zij meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kan verdienen in passende functies, waarna de uitkering per 24 juni 2022 werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en passende functies had geselecteerd. Appellante voerde aan dat haar medische situatie was onderschat, met name vanwege het te laat vastgestelde carpaal tunnelsyndroom (CTS), maar de rechtbank en de Raad volgden dit niet omdat er geen objectieve aanwijzingen waren dat deze beperkingen per datum in geding aanwezig waren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en oordeelt dat het UWV de uitkering terecht heeft beëindigd. Er is geen aanleiding om de medische beoordeling te betwijfelen en de arbeidskundige selectie van functies is passend. Het hoger beroep wordt afgewezen en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering omdat appellante meer dan 65% van haar loon kan verdienen ondanks haar beperkingen.