ECLI:NL:CRVB:2025:101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden appellant en ontbreken procesbelang
Appellant is overleden op een datum in 2022, waardoor zijn belang bij voortzetting van het hoger beroep is komen te vervallen. Namens appellant was mr. C.A. Kaya het hoger beroep gestart tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Tijdens de zitting van 22 augustus 2024 verscheen niemand namens appellant, en het CIZ was wel vertegenwoordigd.
De Raad heeft de procedure geschorst om te onderzoeken of erfgenamen het geding wilden voortzetten. Na aankondiging in de Staatscourant en een vervolgzitting op 5 december 2024 verschenen geen erfgenamen of andere belanghebbenden om het hoger beroep voort te zetten. De Raad heeft mr. Kaya verzocht te melden wie de rechtverkrijgenden waren, maar ontving geen reactie.
Gelet op het ontbreken van een procesbelang heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 16 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het overlijden van appellant.