ECLI:NL:CRVB:2025:1006

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
7 juli 2025
Zaaknummer
24/155 WSFBSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding griffierecht na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Kort daarna trok zij het hoger beroep in, nadat de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap haar tegemoet was gekomen door het toekennen van een aanvullende beurs met terugwerkende kracht vanaf september 2018.

De minister maakte geen gebruik van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

De Raad overwoog dat, omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet was gekomen, de minister op verzoek van appellante veroordeeld kon worden tot vergoeding van de gemaakte proceskosten. Aangezien appellante geen andere kosten had gemaakt die voor vergoeding in aanmerking kwamen, werd bepaald dat alleen het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep vergoed moest worden.

De Centrale Raad van Beroep bepaalde dat de minister het totale griffierecht van €188,- aan appellante vergoedt. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. de Mooij, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, op 3 juli 2025.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €188,- aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 3 juli 2025
24/155 WSFBSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
12 december 2023, 22/5681
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
Bij brief van 20 februari 2025 heeft mr. R. du Crocq namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de minister te veroordelen in de door appellante gemaakte kosten.
De minister heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat de gemachtigde van appellante het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van de brief van de minister van 7 februari 2025. Gelet op nieuw beleid van DUO heeft de minister bij deze brief alsnog een aanvullende beurs aan appellante toegekend met ingang van september 2018. Hiermee is volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetgekomen.
Aangezien appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, beroep en hoger beroep geen kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen, oordeelt de Raad dat de minister slechts het griffierecht dient te vergoeden dat appellante in beroep
(€50,-) en hoger beroep (€ 138,-) heeft betaald.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bepaalt dat de minister het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 188,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2025.
(getekend) H.J. de Mooij
(getekend) A. Giesen