ECLI:NL:RBROT:2023:11652
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag terugwerkende aanvullende beurs studiefinanciering
Eiseres vroeg met terugwerkende kracht een aanvullende beurs studiefinanciering aan voor de periode september 2018 tot en met juli 2022. De minister wees de aanvraag af omdat studiefinanciering niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend vóór het studiejaar waarin de aanvraag is ingediend.
Eiseres stelde dat zij en haar schoolbegeleidster bij de aanvraag een fout hadden gemaakt en dat de minister een zorgplicht had om dit ambtshalve te corrigeren. De rechtbank oordeelde dat de wet dwingend voorschrijft dat studiefinanciering niet terugwerkend wordt toegekend en dat de minister alleen kan afwijken bij onbillijkheid van overwegende aard, wat hier niet is aangetoond.
De rechtbank benadrukte dat het de verantwoordelijkheid van eiseres was om tijdig en correct de aanvraag in te dienen en dat zij voldoende informatie had ontvangen om dit te controleren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een aanvullende beurs met terugwerkende kracht wordt ongegrond verklaard.