ECLI:NL:CRVB:2025:1000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste datum verzending boetebesluit en correcte vaststelling dwangsom
Appellante maakte bezwaar tegen een bestuurlijke boete en een daaropvolgende dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. De minister verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat het boetebesluit op 13 januari 2023 was verzonden, ondersteund door een gedetailleerde beschrijving van het verzendproces en een schermprint van de digitale verzendmap.
De rechtbank oordeelde dat de minister aannemelijk had gemaakt dat het besluit op 13 januari 2023 was verzonden. Appellante stelde dat zij het besluit pas op 18 januari 2023 ontving en betoogde dat de minister daarom een hogere dwangsom verschuldigd was. De minister verwees naar een contract met PostNL dat een bezorgtermijn van 48 tot 72 uur garandeert, wat de ontvangst op 18 januari plausibel maakt zonder de verzenddatum te wijzigen.
De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat het besluit op 13 januari 2023 aan PostNL is aangeboden en dat de ontvangst op 18 januari niet afdoet aan deze vaststelling. De dwangsom is daarom correct vastgesteld en het hoger beroep wordt afgewezen. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het boetebesluit is op 13 januari 2023 verzonden en de dwangsom correct vastgesteld.