Uitspraak
21 3983 WIA
PROCESVERLOOP
drs. H. ten Brinke.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bij het UWV een aanvraag ingediend voor een aanpassing van zijn auto naar handbediening vanwege een fysieke beperking. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant de voorziening reeds zelf had aangeschaft zonder voorafgaande toestemming, wat in strijd is met het koop-niet-zelf-alvast-beleid dat ook vóór 2020 als bestendige uitvoeringspraktijk gold.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat het UWV terecht eerst toetst of de voorziening voldoet aan wet- en regelgeving en of het de meest goedkope en adequate oplossing is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat eerdere fouten niet herhaald hoeven te worden.
In hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep deze overwegingen. Appellant was bekend met het beleid, mede gelet op eerdere aanvragen en de informatie die het UWV verstrekte. Het verzoek om minimaal de vergoeding te ontvangen die het UWV aan een aanbestedingsbedrijf zou betalen, wordt afgewezen omdat vergoeding zonder aanbesteding niet conform het contract is.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het UWV om de vervoersvoorziening te vergoeden wordt bevestigd.