Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 2019 een WIA-uitkering met toeslag volgens de norm voor een alleenstaande. Het UWV herzag deze toeslag en vorderde terug op grond van vermoedens dat appellant zijn hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres had, maar bij zijn moeder. Dit werd mede gebaseerd op anonieme meldingen, waarnemingen, waterverbruik en huisbezoek.
De rechtbank bevestigde deze besluiten, oordelend dat appellant tegenstrijdige verklaringen gaf en het UWV voldoende bewijs had. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij zijn inlichtingenverplichting niet had geschonden en dat het UWV de situatie onjuist had vastgesteld.
De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende feitelijke grondslag heeft geleverd om te concluderen dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde. Onderzoeksbevindingen zoals waterverbruik en waarnemingen zijn ontoereikend of niet relevant voor de periode. Ook het huisbezoek en verklaringen van appellant ondersteunen het standpunt van appellant. Daarom vernietigt de Raad de besluiten en bepaalt dat appellant recht houdt op de toeslag volgens de norm voor een alleenstaande vanaf 5 november 2020. Tevens worden de proceskosten en griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De bestreden besluiten tot herziening en terugvordering van de toeslag worden vernietigd en appellant behoudt recht op toeslag volgens de norm voor een alleenstaande vanaf 5 november 2020.