ECLI:NL:CRVB:2024:845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening eerste arbeidsongeschiktheidsdag WIA-uitkering
Appellant verzocht het UWV om de eerste arbeidsongeschiktheidsdag in het kader van de Wet WIA te herzien van 11 oktober 2011 naar 10 december 2007, omdat hij sinds die datum arbeidsongeschikt zou zijn geweest. Het UWV handhaafde de datum van 11 oktober 2011 na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het UWV terecht heeft gehandeld.
De Raad stelt vast dat appellant tussen 1 juli 2009 en 30 juni 2010 als beleidsmedewerker heeft gewerkt en daarmee niet doorlopend arbeidsongeschikt was. De medische stukken en verklaringen van behandelaars onderbouwen niet dat appellant vanaf 10 december 2007 niet in staat was tot werk. De wachttijd van 104 weken is daarom niet vervuld vanaf die datum.
De Raad benadrukt dat voor het vaststellen van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet de aanwezigheid van klachten doorslaggevend is, maar het moment waarop appellant niet meer in staat was zijn werk te verrichten. Appellant heeft onvoldoende medische onderbouwing geleverd om de datum te verschuiven.
Daarom wordt het bestreden besluit van het UWV bevestigd en krijgt appellant geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 11 oktober 2011 heeft vastgesteld en weigert herziening naar 10 december 2007.