Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.937,50;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een beslissing van het UWV en was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. De Centrale Raad van Beroep deed op 30 augustus 2023 een tussenuitspraak. Vervolgens nam het UWV op 20 oktober 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding daarvan trok appellante op 31 oktober 2023 het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV stemde hiermee in. De Raad liet het onderzoek ter zitting achterwege en sloot het onderzoek.
De Raad oordeelde dat het UWV op grond van artikel 8:75a Awb veroordeeld kon worden tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs had moeten maken. De proceskostenvergoeding werd vastgesteld op €3.937,50, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep. Verzoek om vergoeding van verletkosten werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep.