ECLI:NL:CRVB:2024:747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij aanvraag maatschappelijke opvang over verstreken periode
Appellante, die sinds december 2018 in Nederland verblijft, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om maatschappelijke opvang. Deze aanvragen werden in 2020 afgewezen en de bezwaren daarop ongegrond verklaard, omdat appellante in staat werd geacht in haar eigen opvangbehoefte te voorzien. Appellante beschikt sinds februari 2021 over een huurwoning.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, aangezien het ging om een weigering over een periode die al was verstreken en materiële en immateriële schade op voorhand onaannemelijk werd geacht. Appellante stelde dat zij wel degelijk belang had bij een inhoudelijke beoordeling, onder meer vanwege gemaakte kosten en geleden schade.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat procesbelang ontbreekt omdat het resultaat van het beroep niet meer kan worden bereikt en geen feitelijke betekenis heeft. Materiële schade was onaannemelijk omdat lagere uitkeringen samenhingen met het ontbreken van woonlasten. Immateriële schade werd niet bewezen, omdat de medische verklaringen geen geestelijk letsel aantoonden dat vergoeding rechtvaardigt. Ook een zelfstandig procesbelang voor proceskostenvergoeding werd verworpen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de bestreden besluiten blijven in stand. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens ontbreken van procesbelang; de bestreden besluiten blijven in stand.