ECLI:NL:CRVB:2024:660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Volgens artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is voor het indienen van een beroepschrift en hoger beroep een griffierecht verschuldigd. Appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting om het griffierecht van €136,- binnen de gestelde termijn te betalen.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet binnen de termijn voldaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant redelijkerwijs niet kan worden vrijgesteld van verzuim. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk behandeld.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en uitgesproken op 3 april 2024. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.